In dit artikel kijken we naar de imperfetto: de Italiaanse onvoltooid verleden tijd. Je gebruikt deze tijd onder andere om te vertellen wat vroeger vaak gebeurde, hoe een situatie was, of wat er op een bepaald moment aan de gang was.
Onvoltooid verleden tijd (Imperfetto)
De imperfetto is een Italiaanse verleden tijd. In het Nederlands noemen we dit de onvoltooid verleden tijd. Het is de meest gebruikte verleden tijd in het Nederlands én in het Italiaans. Voorbeelden van de 'imperfetto' in het Nederlands zijn: Ik fietste, hij speelde, wij kookten.
Hoe maak je de imperfetto?
Goed nieuws: de imperfetto is niet de moeilijkste tijd in het Italiaans. Sterker nog, hij is behoorlijk regelmatig. Bij de meeste werkwoorden haal je de uitgang -are, -ere of -ire van het hele werkwoord af en plak je daar de juiste uitgangen achter.
Laten we kijken naar drie regelmatige werkwoorden:

Bovenstaande werkwoorden zijn zwak, wat wil zeggen dat ze regelmatig zijn. Echter, zowel in het Nederlands als het Italiaans zijn er ook een hoop sterke (onregelmatige) werkwoorden. Voorbeelden hiervan zijn: Ik las, jullie deden, zij vertrokken. Werkwoorden die in het Nederlands sterk zijn, hoeven dat in het Italiaans niet te zijn. Voor de belangrijkste onregelmatige werkwoorden, verwijs ik graag door naar de pagina met onregelmatige werkwoorden!
Imperfetto of passato prossimo?
Nu je dit weet, komt de volgende uitdaging: Wat is het verschil tussen de Passato Prossimo en de Imperfetto? Het verschil kun je ook uitleggen in de Nederlandse taal (onvoltooid verleden tijd vs. de voltooid tegenwoordige tijd). Ik kort ze hieronder af met Imp. en PP.
De PP geeft een incidenteel gebeuren aan (een gebeurtenis) en de Imp. een werking van onbepaalde duur, een gewoonte, enz. Bijvoorbeeld: 'Vorig jaar heeft opa nog gefietst' (bijvoorbeeld op een bepaalde zondag) en 'Vorig jaar fietste opa nog' (= was hij nog in staat om te fietsen).
De PP vindt plaats in het verleden, zonder duidelijk te maken wanneer; de Imp. doet dat wel. Bijvoorbeeld: 'Al zijn broers hebben de waterpokken gehad' (ooit, in het verleden) en 'Al zijn broers hadden de waterpokken' (bijvoorbeeld in het najaar van 2025).
De PP geeft aan dat de gebeurtenis voortduurt tot het moment van spreken en/of dat de situatie op het spreekmoment van belang is; de Imp. geeft dit niet aan. Bijvoorbeeld: 'Het heeft vannacht geregend; de straat is nat'.
De PP vermeldt feiten, de Imp. geeft een beschrijving. Bijvoorbeeld: 'Gisteravond ben ik naar de bioscoop geweest. Er waren niet veel mensen. Het was erg warm in de zaal. Ik heb twee ijsjes gegeten.'
Bron: onzetaal.nl

Signaalwoorden
Sommige woorden geven vaak aan dat de imperfetto logisch is. Denk bijvoorbeeld aan woorden die een gewoonte of herhaling aangeven, zoals sempre (altijd), spesso (vaak), di solito (meestal) of ogni giorno (elke dag).
Bijvoorbeeld:
Da bambino giocavo sempre fuori.
Als kind speelde ik altijd buiten.
Di solito prendevo il treno.
Meestal nam ik de trein.
Ogni estate visitavamo i nostri amici in Toscana.
Elke zomer bezochten we onze vrienden in Toscane.
Ook woorden als mentre (terwijl) passen vaak goed bij de imperfetto, omdat ze aangeven dat twee handelingen tegelijk bezig waren.
Mentre io studiavo, mia sorella guardava la TV.
Terwijl ik studeerde, keek mijn zus televisie.
Signaalwoorden zijn dus zeker handig, dus probeer deze goed uit je hoofd te leren!
En daarmee heb je de kern van de imperfetto te pakken. Niet perfect misschien, maar dat hoeft ook niet. Het heet tenslotte de imperfetto..
Oefeningen
Wil je dit echt goed onder de knie krijgen? Dan helpt het enorm om veel te oefenen en de meest voorkomende werkwoorden te herkennen. Hoe vaker je de imperfetto gebruikt, hoe natuurlijker hij gaat aanvoelen. Bij Falo hebben we ook een aantal oefeningen over de imperfetto voor je. En anders kan je het hieronder aan Falina vragen.