Oefening
Twee zeer belangrijke werkwoorden zijn essere (zijn) en avere (hebben). Je gebruikt ze heel veel. Niet alleen zelfstandig (ik ben Olaf of ik heb een fiets), maar ook als hulpwerkwoord (ik heb gegeten, ik ben gegaan). Het is dan ook verstandig om de vervoeging van deze werkwoorden te kunnen dromen!
Kun jij de juiste vervoeging geven?
Ter herrinnering: io:ik, tu:jij, lei/lui: zij/hij, noi:wij, voi:jullie, loro:zij